Historie

Oprichting V.V. Etten

bron: jubileumnummer v.v. Etten 1985

1 juni 1945: De oprichting

Nadat in 1942 de toenmalige voetbalclub(s) opgeheven werden, vertrokken enkele spelers naar buurtverenigingen waaronder S.D.O.U.C.. Na de bevrijding echter begon het Ettense voetbalbloed toch weer danig te kriebelen. Zodat wij, vijf Ettense jongemannen, te weten: A. Fischer, J. Abbink, A. Pothof, J. Köster en H. van Aken de koppen bij elkaar staken en besloten om in Etten toch maar weer een club op te richten. Er werd al wel weer veel “wild” gevoetbald door buurtschappen. Tijdens deze wedstrijdjes gingen wij dan ook rond om de meningen eens te polsen. Velen wilden graag maar waren nog niet erg enthousiast. Maar toen het later officieel werd zou het ledental toch snel stijgen. Zover was het echter nog niet. Eerst moest er op de pastorie toestemming gevraagd worden, en moesten we zorgen dat er een bestuur kwam. Herman Slutter werd door ons benaderd en die voelde er wel voor. Dit luchtte ons erg op aangezien hij toen al kerkkoster was en dus wel enige invloed had op de Heren Geestelijken. Kapelaan Rondema was niet zo’n grote fan van voetbal alleen. Hij was van mening dat er een sportvereniging opgericht moest worden. Het merendeel bestond toen uit leden die gymnastiek beoefenden en een kleiner deel uit tennis en voetbal. Voor we echter konden beginnen moest er eerst toestemming gevraagd worden bij het bisdom. Die aanvraag geschiedde per post. U kunt wel nagaan dat dit alles nog geruime tijd duurde. Inmiddels hadden we genoeg spelers bij elkaar gekregen en stonden we te popelen om te beginnen. De eerste wedstrijd stond inmiddels al vast, tegen Den Dam. Echter de toestemming was er nog steeds niet. Zo togen wij maar weer naar de pastorie. Er werd aangebeld en beleefd vroegen wij of het nu eindelijk al rond was. Het antwoord was echter dat er vanuit het bisdom nog steeds geen groen licht was gegeven. Toon Pothof antwoordde hierop:”Toestemming of niet, zondag gaan wij naar Den Dam om te spelen”. En enkele dagen later bleek dan toch dat eindelijk alles rond was. We mochten niet vóór 12 spelen en moesten om 4 uur klaar zijn i.v.m. het lof.  Maar Unitas was geboren.



Hein van Aken †


Jan Köster †


Toon Pothof

We begonnen toen al in de nu zo bekende kleuren groen-wit, hoewel niet iedereen over een witte broek beschikte, zodat broeken en kousen nogal een bont geheel vormden. W. Evers – de bakker van te Boekhorst- werd onze leider en grensrechter. Hij kon ons in de beginperiode ook financieel steunen. De contributie was destijds een kwartje per week, degene die het echt niet kon betalen mocht gewoon meedoen. Van dit kwartje moesten de materialen (doelen, netten, etc.) en ballen betaald worden. Ook de reparaties aan onze voetballen (we hadden er twee), wat nogal veel voorkwam in verband met het puntdraad langs ons veld, alsmede door toedoen van schoeisel omdat de noppen met spijkers vastzaten. Voor de reparaties konden we terecht bij B. Verhey, die inmiddels ook in het bestuur zat. Ons schoeisel was zeer degelijk, van zuiver leer met stalen neuzen. Bij veel spelers kwam het voor dat van broer op broer werden doorgegeven. Noppen versleten? Geen probleem. B. Verhey spijkerde er zo weer nieuwe onder. De bal was van echt leer, dat met veters bij elkaar werd gehouden. Nadeel echter was dit soort ballen ontzettend veel water opzogen zodat ze loodzwaar werden. Koppen durfde dan ook bijna niemand, wie het toch deed liep de gehele week met striemen op z’n hoofd. Het terrein weer speelklaar maken was ook altijd een heel karwei. We speelden in de wei bij Bouwman, maar door de week liepen hier de koeien op, zodat eerst de koeflatsen verwijderd dienden te worden. Tevens werden de netten opgehangen en de lijnen getrokken door middel van enkele zakken met krullen die bij de timmerlieden werden gehaald. De hoekvlaggen geplaatst. Nog een vuist krullen voor de penaltystip en ons “stadion” lag er weer keurig bij. Een vlag voor de grensrechter was niet nodig want die had wel een enorme zakdoek bij zich, hetzij rood of wit.

Afgelastingen kwamen praktisch nooit voor want die wedstrijd op zondag was onze lust en leven, daar er verder niets te doen was en we ook niet over veel zakgeld beschikten. Had het  erg veel geregend dan werden er gleuven gegraven en het water met bakjes van het veld geschept, zodat er toch gespeeld kon worden en we niet nog een week moesten wachten. De scheidsrechters waren meestal oud-voetballers die al jaren gespeeld hadden. Een oud gezegde luidt: de beste stroper is ook de beste jachtopziener. Dit gold ook voor hen: de hardste of gemeenste spelers waren de beste scheidsrechters.

De kleedruimte vormde geen probleem: bij de boeren op de deel of in een schuurtje. Zaten we dan nog erg “verlegen”, dan konden we bij Köster in de zaal terecht. Klachten over te hete of te koude douches kwamen er nooit, daar we gewoon bakken water uit de greppels hiervoor gebruikten, totdat we de beschikking kregen over een moderne handpomp. Trainen deed je thuis met broers of buurjongens in de vrije uurtjes. Tijdens de wedstrijden leerden we veel van G. Pothof, die voorheen bij Silvolde 2e klas had gespeeld. Pas na enkele jaren kwam er een specifieke voetbaltrainer. Conditie hadden we ruim voldoende aangezien niemand nog een auto had en we alle afstanden lopend of per fiets moesten afleggen, tot aan Keyenborg toe. Kreeg iemand een lekke band dan werd de fiets achtergelaten en gingen we met twee man op één fiets verder zodat eenieder tijdig aanwezig was. Schorsingen kwamen zelden voor, al hoewel Jan Köster toch eens 3 wedstrijden kreeg, omdat hij tijdens de wedstrijd ontzetten dorst had gekregen en naar de pomp ging, hieraan jengelde en vervolgens weer verder speelde. Het woord meniscus stond toen nog niet in het woordenboek en overige blessures duurden nooit langer dan enkele dagen. Het is zelfs een voorgekomen dat A. Pothof een gat in z’n hoofd kreeg, snel naar de dokter ging om te laten hechten en na een kwartier weer verder speelde. In Didam was Hein van Aken de ongelukkige doordat hij een steenharde bal met z’n neus “wegkopte”. Het resultaat een enorme bloedneus. Daar er geen EHBO was end us geen water, verliet hij het veld in een rood in plaats van een groen shirt.

In de jaren ’47 – ’48 kregen we versterking bij van de jongens die terugkwamen van Indië, o.a. Joep en Bob van Aken, Henk Köster, Joop Willemsen en H. Alofs. En al spoedig volgde ook de promoties met als hoogtepunt toch wel de promotie naar de KNVB.

Tot zover dit stukje over de geboorte van onze vereniging.

H. van Aken,  J. Köster,  A. Pothof



(de heren Hein van Aken en Jan Köster die dit stuk samen met Toon Pothof in 1985 schreven zijn inmiddels overleden)


Het eerste bestuur.

De voetbalvereniging Etten is ontstaan doordat kort voor de oprichting een gymnastiekvereniging in het leven was geroepen. Toen zich daarvoor velen hadden opgegeven, werd door verschillende mannelijke leden de vraag gesteld een voetbalwedstrijd te mogen spelen. Geestelijk adviseur Kapelaan Rondema had hier geen bezwaar tegen, indien een ouder persoon zich beschikbaar wilde stellen als leider. De jongens hadden dit gauw voor elkaar, door de heer H. Slutter bereid werd gevonden als leider op te treden. Men sloot zich aan bij de R.K.V. en moest minimaal 2 elftallen hebben voor deelname aan de competitie. Maar dit was geen enkel probleem, want de belangstelling was erg groot. Men begon met 3 seniorenelftallen en later kwam er nog een juniorenelftal bij. Bij de vergadering in september 1945 werd het volgende bestuur gekozen: voorzitter: Th. Bongers, secretaris: H. Slutter, penningmeester: B. Verhey, bestuursleden: H. Ketelaar, W. Evers (bakker), P. Ebbers en H. Steentjes. Er was tevens een elftalcommissie in het leven geroepen die toen erg belangrijk was. Hierin zaten: P. Ebbers, H. Ketelaar, H. van Aken, W. Timmermans, B. Wieskamp en W. Evers(coach). Geestelijk adviseur was kapelaan Rondema. Na Theet Bongers is ook Herman Ebbers voorzitter geweest en hierna nog een Theet Bongers. Herman Slutter heeft tot 1960 in het bestuur gezeten en is ook nog een tijdje voorzitter geweest. De eerste echte voetbal werd gekocht van VVG’25, omdat nieuwe te duur waren en er eerst toestemming bij de bond moest worden gevraagd. Toen Etten-1 promoveerde naar de NVB op 15 juni 1947 kwam de eerste officiële trainer (van der Tas). Als speelveld had men een weiland bij Hent Bouwman aan de Oude IJsselweg. Daarna verhuisde men in het begin van de jaren ’50 naar het veld aan de Terborgseweg. Toen men begon met het voetballen in de competitie moest men natuurlijk onderaan in de 3e klasse GVB beginnen. Men promoveerde al gauw enkele keren achter elkaar en op 15 juni 1947 promoveerde het 1e elftal naar de 1e klasse GVB door in de competitie als tweede te eindigen (achter Varsseveld 3): 17 punten uit 14 wedstrijden. Het toenmalige elftal bestond uit de volgende personen: H. Eilers, B. Bolder, M. v.d. Vorle, T. Eimers, G. Pothof, J. Willemsen, J. Wieggers, T. Wieggers, T. Franken, H. van Aken en J. Ketelaar. Na het promoveren in 1952 naar de NVB moest de naam Unitas verdwijnen van de voetbalbond, omdat er al een vereniging was die ook zo heette. Na enkele voorstellen van namen aan de bond, besliste men dat wij ons voortaan Voetbalvereniging Etten moesten noemen. Veel van de belevenissen van Unitas vinden we terug in “D’n Olden Iesselt”, een tijdschrift dat in de na-oorlogse jaren de band onderhield tussen de Ettense jongens in Nederlands-Indië en het thuisfront in Etten. Meester Wentink, hoofd van de Lagere Landbouwschool, wist er op z’n eigen humoristische wijze over te verhalen.Van hem is het onderstaande citaat uit die tijd.


Vergadering Unitas.

Dat er op vergaderingen van onze sport- en gymnastiekverenigingen soms wel eens rake klappen konden vallen, zullen zich meerderen van onze sportlui die nu als soldaat in de tropen dienst doen, zich wel kunnen herinneren. Ook op deze laatste vergadering, jaarvergadering, vielen er soms wel eens rake woorden zowel voor het bestuur als voor de spelers. Herman, onze secretaris, begon met het voorlezen van de notulen. Op- of aanmerkingen is de vraag die daarna altijd komt. Natuurlijk niet want Herman Slutter is een secretaris zoals er in de gehele omtrek geen te vinden is. Al de verenigingen hadden verscheidene guldens boete voor sus en zo, doch onze secretaris had zo gewerkt dat ons dit gehele jaar maar f 2,50 aan boete had gekost.Toen kwam het op stemmen aan, wan Theet Bongers, Piet Ebbers, Timmermans, Hent Ketelaar, de Bakker en Herman Slutter waren aftredend. Timmermans, H. Ketelaar, de Bakker en Theet Bongers waren herkiesbaar. Piet Ebbers en Herman niet. Piet had te veel werkzaamheden gekregen door het broodventen en met de postduiven. Herman bracht naar voren dat men de laatste tijd alle werkzaamheden op gebied van voetbal op hem schoof en zodoende was hij niet van plan zich herkiesbaar te stellen. Eindelijk bezweek hij echter op verzoek van bestuur en leden en zo bleek na stemming dat Theet Bongers wederom als voorzitter was gekozen. De elftalcommissie zag er toen als volgt uit: H. Ketelaar, de Bakker en Gerrit Pothof. Hulde aan Piet Ebbers en Timmermans die niet meer in het bestuur terugkeerden. Piet sjouwde dag en nacht voor onze club en hij was de man die ons onder de rust altijd verzorgde met een kopje lekkere thee. Ook Timmermans heeft veel gedaan voor onze voetbalvereniging. Vooral voor de jl. gehouden  Fancy-fair heeft hij veel werk verricht. Er werd besloten van nu af aan alleen die leden op te stellen in het elftal, die ook op de gymnastiek vertegenwoordigd zouden zijn. Hieraan zou in de toekomst streng de hand gehouden worden. Ook werd besloten een trainer voor voetbaltraining zien te krijgen. Van Piet Willemsen, die momenteel in Indië vertoeft, werd een felicitatiekaart ontvangen voor de overgang naar de 1e klas GVB. Hartelijk dank, Piet. Ook de sport zal haar leden, die op het ogenblik in de tropen verblijven, niet vergeten. Er werd besloten dit te doen in overleg met het Katholiek Thuisfront alhier. Ook Gijs sprak nog een hartig woordje, vooral om de gymnastiekoefeningen te blijven bezoeken. Tot slot sprak de Kapelaan als geestelijk adviseur nog een kort woordje. (Als de Deken op de preekstoel komt en aankondigt dat er een kort woordje komt, wordt het altijd een lang onderwerp, doch de Kapelaan maakte er inderdaad een kort woord van). Hierin bracht zijn Eerwaarde tot uitdrukking dat juist de goede geest een vereniging staande moest houden en hij hoopte dat ook dit in onze vereniging het geval moge zijn. Tijdens de rondvraag vroeg Jan Köster nog of in de betaling van de contributie geen verandering kon worden gebracht en dit precies elke week kon gebeuren, want soms kwam Hein, de penningmeester, je een heel weekloon afhandig maken. Ook hierin zou volgens Hein verandering komen. En er werd besloten met een Christelijke groet.

Citaatvan meester Wentink, hoofd van de Lagere Landbouwschool


De eerste trainer.

Mijn naam is Cees van der Tas en ik kom van oorsprong uit Den Haag, waar ik vanaf mijn 19e jaar in het eerste van ADO heb gespeeld. Dit feest duurde maar vier jaar, want door de oorlog werd ik verplicht om onder te duiken omdat een “AUSWEIS” nu eenmaal nodig was. Uiteindelijk kwam ik in Halle op een boerderij terecht. Daar heb ik de gehele oorlog uitgezeten. Toen er eenmaal vrede was werd er volop gevoetbald. Ik speelde toen in een elftal met allemaal Haagse en Amsterdamse vluchtelingen, tegen verenigingen uit de buurt, zoals Varsseveld, Doetinchem, etc. De toenmalige directeur van drukkerij Heuff en Loor heeft mij toen “gecontracteerd” als voetballer.

Ik kon bij hem een baan krijgen in de drukkerij maar dan moest ik bij Varsseveld gaan voetballen. Toen was ik nog een levenslustige vrijgezel, dus wat belette mij om in Varsseveld te gaan voetballen. Mijnheer van Heuff was ook toevallig voorzitter, dus dat was allemaal wel gemakkelijk. Nadat ik een tijdje bij Varsseveld had gevoetbald heb ik nog een proeftraining meegemaakt bij De Graafschap, maar daar was ik toch niet goed genoeg voor. Later ben ik bij Misset gaan werken en in Varsseveld blijven voetballen. In Etten en Dinxperlo ben ik toen trainer geworden. Het was toen, in 1946, dat ik op de motor van Doetinchem naar Etten reed om daar de jeugd te trainen.In het eerste jaar in ieder geval. Het tweede jaar werd ik trainer van laten we maar de senioren. Ik weet het allemaal niet precies meer maar ik dacht dat ik toen twee elftallen trainde. Zoals gezegd kwam ik op de motor naar Etten en moest ik mij omkleden bij de toenmalige penningmeester. Hij had wel veel dochters maar zijn naam weet ik niet precies meer, het was Sliter of zoiets. (Slutter dus).

Wat ik mij nog wel goed voor de geest kan halen was dat ik mij op de slaapkamer van een van zijn dochters mocht omkleden en dat was wat. Toen de leren jas weer aan, op de motor naar het voetbalveld bij de Oude IJssel. Nadat ik de training erop had zitten moest ik mij weer pijlsnel omkleden en op de motor naar Dinxperlo om daar de voetballers te trainen. Van de namen kan ik mij niet zoveel meer herinneren, alleen een grote kerel met een enorme sterke koptechniek. Laatst kwam ik hem toevallig in het zwembad weer tegen, hier in Varsseveld. Toon Pothof heette hij. Geld kreeg ik niet toendertijd. Wel een kostuum ter waarde van f. 190,– kreeg ik, maar wat moest je anders hebben als vrijgezel. Van het voetbal zelf weet ik alleen nog dat het fysiek verschrikkelijk sterke knapen waren. Voor God en de duivel niet bang. Later ben ik weer terug gegaan naar Capelle aan de IJssel om mijn ouders te verzorgen. AOW was er immers nog niet. Maar nu ik gepensioneerd ben, woon ik weer twee jaar in Varsseveld, waar ik tot vorig jaar de E-pupillen trainde.

C. van der Tas.


Ruime emaille  wasteilen

Rond 1950 kreeg de V.V. Etten een kleedgebouw op haar terrein aan de Terborgseweg.

Uit de krant van toen:
Nieuw kleedlokaal voor V.V. Etten. 


Voorzitter Th. Bongers verricht de opening.

Etten – RKGVV:  4 – 4.

Voor de voetbalvereniging Etten was het zondag een feestdag, daar op die dag nl. het nieuw gebouwde kleedlokaal in gebruik werd genomen. De voetbalvereniging Giesbeek was uitgenodigd om mede dit nieuwe kleedlokaal te komen inwijden, aan welke uitnodiging gevolg was gegeven.  De spelers van beide verenigingen trokken omstreeks twee uur, voorafgegaan door de Harmonie, door het dorp naar het terrein,  alwaar de heer Th. Bongers, voorzitter van Etten, de officiële openingsplechtigheid verrichtte.Voordien sprak de voorzitter de beide verenigingen toe. Hij gaf te kennen dat toen het plan bekend werd om met een vriendschappelijke wedstrijd deze opening te vieren, daarbij direct was gedacht aan RKGVV, daar tegen deze vereniging steeds zeer sportieve en vriendschappelijke wedstrijden waren gespeeld. Spreker stelde het ten zeerste op prijs dat RKGVV ondanks afspraken elders toch gehoor had gegeven en was opgekomen. Met het uitspreken van de wens, dat het een prettige, sportieve wedstrijd zou zijn en tevens met de wens dat de gasten het volgende seizoen het kampioenschap van hun afdeling en tevens de promotie naar de vierde klas KNVB zouden meemaken, besloot spreker zijn openingswoord. Door het ontsluiten van de deur door de voorzitter werd het kleedlokaal geopend. Het gebouwtje bevat een ruim portaal, waarop rechts de deur uitkomt naar het gastenverblijf, rechtdoor naar het vertrek van de arbiter en links van de thuisclub. Tevens is daar de toegang tot het vertrek van de lokettist. Een en ander maakt een solide, prettige indruk. Ruime emaille wasteilen zijn er ter beschikking, terwijl er fris water wordt opgepompt met een z.g.n. Nortonpomp. Dit kleedlokaal is gebouwd naar een ontwerp van de architect, de heer H.M.J. Ebbers uit Etten. De aannemer was de heer W. Ebbers uit Etten. De heer W. Slutter verzorgde het schilderswerk, terwijl de Gebr. R. en H. van Dulmen de fundering legden. Door de samenwerking van al deze vaklieden is een kleedlokaal tot stand gekomen, waarop de V.V. Etten trots kan zijn.

De gespeelde wedstrijd was niet zo, als wij dat van Etten gewend waren. De rust ging in met een 3-2 voorsprong en werd resp. door B. Hendriks, J. van Aken en wederom door B. Hendriks voor de thuisclub gescoord. Na de rust maakten de gasten gelijk, terwijl zij even daarna door een penalty de leiding namen (3-4). Vanaf de aftrap van deze penalty wist W. Mekers, na een mooie voorzet van J. van Aken al weer onmiddellijk gelijk te maken en kwam er geen verandering meer in de stand 4-4.